woensdag 17 oktober 2018

Bejaardentemperatuur

Al op vrij jonge leeftijd had ik een krantenwijk, we wisten thuis niet beter of we hebben altijd het nieuws verspreid over het dorp. Mijn broers moesten wat verderop, de wijk uit, maar omdat ik een van de twee jongsten was, bleef ik relatief dicht bij huis. Pad af, linksaf en dan tot aan het bejaardenhuis. 

Als extra service bracht ik in dat bejaardenhuis de kranten op de kamer van de lezers. Zodat ze dat nieuws niet pas de volgende ochtend bij de postronde te lezen kregen. Dat werd gewaardeerd: het kleine blonde jongetje werd altijd zeer hartelijk ontvangen, kreeg snoep en op zijn verjaardag van een mevrouw zelfs een reep chocola. Vriendjes wilden me dan ook graag helpen met mijn krantenwijk want snoepen deed je destijds niet elke dag. 

Ik moest hier allemaal aan denken toen ik vanmorgen hier op kantoor kwam. De ramen potdicht, de verwarmingen aan én de luchtkoeling op warmte-stand in plaats van op koele luchtstroom. Het was hier om te stikken zo heet, ik waande me weer even op al die kamertjes in het St. Jozef.


zondag 26 augustus 2018

Shirt Story, aflevering 19 : Istanbul




T-shirts heb ik zat. Een paar planken vol, ik draag er toch al gauw een stuk of zes per week. Sommige van die t-shirts draag ik niet zomaar, daar heb ik een verhaal bij. Vandaag aflevering 19 : Istanbul.

Het is al weer bijna 6 jaar geleden dat we er waren, maar nog steeds staat deze stad op ons netvlies. Wervelend, druk, intimiderend, energiek, wonderschoon. De stad is het allemaal. Geloof niets van die praatjes over onveiligheid of ongewenst zijn: de mensen zien je graag komen, gaan graag met je in gesprek en hopen dat je iets van ze koopt.

Daar is alle reden toe, want er zijn zo ontzettend veel prachtige plekjes en dito marktjes dat je sterk moet zijn om die kruiden, dat fruit, die gewaden en die tapijten allemaal te laten liggen. Mijn vrouw heeft daar meer moeite mee dan ik ( zo kocht ze daar een prachtige waterpijp, inderdaad erg mooi, die sindsdien in delen achter of naast de kast heeft gestaan en onlangs ongebruikt uit onze woonkamer verdwenen is). Ik beperk me dan tot een t-shirt, daarvan weet ik dat ik het jaren later nog gebruik.


Prachtige plekjes , zei ik. De stad is historisch belangrijk, je vindt er nog resten van het oude Constantinopel. De stad is een natuurlijke scheiding tussen Europa en Azië, je merkt het aan de mengelmoes van culturen die je overal in de stad tegenkomt. De stad is druk, 13 miljoen inwoners officieel (destijds) en ongeveer 4 miljoen illegaal en/of niet ingeschreven. De stad heeft een rijkdom aan belangrijke gebouwen: de Blauwe Moskee is misschien wel de mooiste ter wereld, de Grote Bazaar is onovertroffen qua schoonheid (vraagt u het aan James Bond) , de Bosporus is een majestueuze rivier die naar de straat van Marmaris en de zee leidt, de stad herbergt het mooiste museum dat ik ooit bezocht (Topkapi, het is een oud paleis maar herbergt ook een rijkdom aan schatten waaronder de Ishtar-poort, heeft een oude harem-afdeling en biedt u de prachtigste uitzichten over beide werelddelen). 

Nog altijd veren we op als we in films of journaals beelden zien van Istanbul, steevast is onze reactie: we gaan nog een keer terug. Rome en Istanbul, wat mij/ons betreft de meest indrukwekkende steden die we bezochten. 



woensdag 15 augustus 2018

Shirt Story, aflevering 18 : S.P.Q.R.


T-shirts heb ik zat. Een paar planken vol, ik draag er toch al gauw een stuk of zes per week. Sommige van die t-shirts draag ik niet zomaar, daar heb ik een verhaal bij. Vandaag aflevering 18: S.P.Q.R.

Senatus Populus Que Romanum. Wij zijn het volk van Rome. Of, in populairder termen: Rome, dat zijn wij.
Al heel mijn leven heb ik een fascinatie voor oude beschavingen gehad. De Griekse, de Romeinse, de Egyptische, de Babylonische, noem ze maar op. In elk van die beschavingen vond ik wel verhalen die ik boeiend vind. Vond ik aanwijzingen voor onze hedendaagse samenleving, voor onze huidige maatschappelijke in- en samenstellingen.
Feit is dat ik daarbij het vaakst geconfronteerd ben met de Romeinse oudheid. Dat zal wel komen doordat we die hier ten lande ook meegemaakt hebben, in Noviomagus en Trajectum ad Mosam onder andere. Maar uiteraard ook door de Roomse invloeden, waar mijn familie en mijn geboorte-omgeving stevig van doordrenkt is geweest.

Twee keer was ik in Rome. Fantastische stad, schitterende combinatie van de mooiste oudheden en de beste vorm van levensgenieten. En, bevooroordeeld uiteraard, de stad van het mooiste gebouw ter wereld: het Pantheon. In die twee keer dat ik in Rome was, ben ik beide keren, elke dag dat het kon, even dat gebouw ingelopen. Het dwingt mij tot nederigheid.


Ook op menig andere vakantie probeer ik overigens iets mee te krijgen van de oude beschavingen: het spreekt vanzelf dat ik in Pompeï en Herculaneum ben geweest, in Ostia Antica, in Marokko bezocht ik Volubilis, in het zuiden van Turkije bezocht ik zowel Tlos als Kaunos, in Istanbul zag ik restanten van Byzantium en Constantinopel. Mijn vrouw is meestal snel klaar met "die ouwe stenen" maar ik loop altijd net dat rondje extra en dat volgende paadje. Het maakt dat ik weet welk een kleine schakel ik ben, en evenzo hoe nietig wij zijn als je het meet op de totale menselijke beschaving door de eeuwen heen.
Wij zijn ook nog steeds dat volk van Rome. Maar er zijn ons er zoveel voorgegaan. 

dinsdag 14 augustus 2018

Shirt Story, aflevering 17 : Abbey Road



T-shirts heb ik zat. Een paar planken vol, ik draag er toch al gauw een stuk of zes per week. Sommige van die t-shirts draag ik niet zomaar, daar heb ik een verhaal bij. Vandaag aflevering 17: Abbey Road.
Het duurde tot midden jaren 70 voordat een van mijn broers een Beatles-lp kocht. Nou ja, één, hij kocht gelijk de bekende dubbelaars: de blauwe en de rode.
Er was bij ons thuis meer interesse voor de rockende kant van de muziek én voor de meer symfonische groepen. Zelf had ik destijds twee verzamelaars van the Rolling Stones: Big Hits (high tide & green grass) en de fameuze Stones Story, Black & Blue moest nog verschijnen.
Twee huizen verderop woonde een muziekleraar. Ik speelde daar wel eens, zat bij diens zoon in de klas. In dat gezin waren the Beatles heilig verklaard, waarschijnlijk wegens composities en songstructuur. Daar waren wij in ons gezin nog lang niet aan toe: we moesten nog uit onze Zappa-fase komen, toen kwam de punk nog voorbij en pas daarna begonnen we inzichten te vergaren in meer lied- en melodiegerichte dingen.
Een lange inleiding om te vertellen dat de welbekende battle tussen "The Beatles and the Stones" bij ons in ieder geval niet speelde.

Later - toen ik gaandeweg meer kennis van de muziekgeschiedenis opbouwde- werd ik er veel meer mee geconfronteerd dat de Liverpool-heren beter de nadruk hadden gelegd op compositie, vertelkracht, songstructuur en muzikale intelligentie.
Mijn voorkeur verschoof, ik heb sindsdien vele Beatlesque bands aan de verzameling toegevoegd. En anderzijds heb ik the Stones volledig terzijde geschoven toen ze zich bleken te ontpoppen tot bankdirecteuren met een BV-kantoortje aan de Herengracht. Mijn laatste restje sympathie voor hun RnR-verleden verdween toen ze de goedbedoelende heren van The Verve de nek omdraaiden met hun claim op de royalties voor "Bittersweet Symphony".

Maar goed, the Beatles dus. 50 jaar na dato zat ik in een organisatiecomité dat hun optreden in Blokker middels een festival eeuwigheidswaarde schonk. Sterker nog: ik presenteerde het festival. En ik had pret, want er zit toch wel heel veel spelvreugde in hun muziek. En in dat van hun navolgers.
Dit t-shirt- ik veroverde het als prijs bij een popquiz- draag ik dan ook met plezier. Om uit te dragen dat muziek vreugde geeft. En dat the Beatles daaraan best iets hebben bijgedragen. 

zondag 5 augustus 2018

Groeien

Gisteren was een dag van trots. We gingen aan tafel met jonge mannen. Mannen die ik al hun hele leven ken omdat ze geboren werden als zoons van een vriend van me. Die vriend, die is er langer dan vijf jaar niet meer bij, maar gisteravond bleek hoe zeer hij er nog wél is. 
Ergens halverwege 20 zijn de mannen nu, ongeveer de leeftijd van mijn kinderen. Omdat we in het verleden in familieverband weekendjes op stap gingen, zijn we altijd in elkaar geïnteresseerd gebleven. De eerste insteek van de avond was dan ook om eens te horen hoe het gaat, waar iedereen mee bezig is en in welke fase van werk, wonen en leren ze zitten. 

Heerlijke gesprekken, bijzondere ontboezemingen en vooral ook heel veel humor. Een humor die rechtstreeks uit de band met hun vader voortkomt, was mijn analyse. Heerlijk herkenbaar dus.
De avond kreeg een nog historischer karakter toen bleek hoe gretig ze de verhalen opzogen die we over hun vader wisten te vertellen. Dat van die kaartavondjes, dat wisten ze wel een beetje, maar niet precies hoe die club nou zo ontstaan was. Dat van dat wandelen, dat wisten ze ook wel, maar niet dat veel van die wandelingen als einddoel de grote kerktoren hadden (omdat aan de voet van de toren dat caféétje stond waar we gister nog even gingen afteren- een woord dat ik dan weer van de jongens leerde gisteren, gelieve het op zijn Engels uit te spreken). Hoe hun vader hun oma shockeerde door creatief te zijn met jezusbeeldjes, wat nou precies de rol van Yokidrink in het leven van hun vader was. Hoe dat langzamerhand landelijk bekende bandje bij optredens in onze regio altijd eerst even bij hun vader op de koffie kwam om alvast te wennen aan de Westfriese sfeer. 
Ze hingen aan mijn lippen, en volkomen terecht. Wat enorm fijn om dit zo met die jongens te kunnen bespreken. En vooral ook : hoe fijn om van onze kant onze trots te kunnen uitspreken, ze doen het fantastisch. Mannen als deze geven je het vertrouwen dat het helemaal goed gaat komen in onze maatschappij. 
Saillant detail: mijn oudste dochter schoof aan na haar werk. Uiteraard ging zij vroeger ook altijd mee met die familieweekendjes en nu blijkt ze de mannen nog regelmatig tegen te komen in het lokale uitgaansleven. En dat klikt goed. Wij - de oudjes- gingen gisteren als eerste naar huis. Zij - de nieuwe generatie - waren nog niet helemaal klaar het leven te vieren. Trots. Echt. Hun vader, hij zag dat het goed was.

zondag 15 juli 2018

Broederliefde


1984. Daar kijkt u naar. 
Niks Orwell, gewoon een familieborrel. De reeks broers, allen uit het tweede huwelijk van mijn vader. Enkele jaren voor het maken van deze foto waren zowel mijn vader als mijn moeder overleden, we spraken af om waar het kon aanwezig te zijn op elkaars verjaardagen. En uiteraard probeerden we de Wervershover kermis, vanwaar deze foto ook stamt, in te plannen: een jaarlijkse borrel in de voortuin van het ouderlijk huis, nu zo blij bewoond door broer Dick. Niet voor niets is hij van de zeven de middelste. Hij is een vrolijke en constructieve bemiddelaar, hij is lijm in de goede zin van het woord. 

Gisteren mochten we weer langs op deze locatie, ter gelegenheid van zijn verjaardag (en we namen gelijk even die van zijn vrouw mee). We zijn een stuk ouder dan op de eerste foto, 34 jaar in een Lanenleven zijn er 68 in die van anderen. Maar we vinden het nog steeds fijn om bij elkaar te zijn. Voor mezelf geldt dat ik de ene keer blij ben dat ik niet precies ben zoals alle broers, de andere keer ben ik jaloers op hoe goed zij het allemaal doen ( u snapt: ik ben een eeuwige twijfelaar). Buiten die twijfel geldt altijd de trots: wat zijn het stuk voor stuk fijne mannen, wat gaan ze secuur met hun leven om, wat zijn ze kundig in het aangaan en onderhouden van vriendschappen. Ik ben blij een van hen te zijn, ik doe mijn best de familienaam op een acceptabel niveau te houden. 
Gisteren stonden we weer in dezelfde opstelling: 


Serieuze kerels, maar wel met een guitige ondertoon.


Noot: de zussen , die doen niet graag mee met dit soort foto's. Maar die komen net zo graag op diezelfde borrels en feestjes. En uiteraard praten we dan ook graag en vaak over de broer die er niet meer bij is, maar toch nog steeds wel. Broederliefde, dat blijft immers.

Noot 2: 4 jaar geleden waren we op de bruiloft van ons nichtje Inge. Daar maakten we ook zo'n foto, maar gingen we om onverklaarbare reden in omgekeerde volgorde staan. Alleen Dick, die stond gewoon wél op de goede plek. Zoals hij dat kan.



zondag 24 juni 2018

Java & Bali reis juni 2018. Blog 2 : van dag tot dag


Zeer intensieve reis, maar dan heb je ook wat: 18 dagen Java & Bali is een trip die je oogstrelende momenten, lieve mensen en overweldigende indrukken brengt. We hadden het geluk gezegend te zijn met een fijne (Djoser) groep, men kon het behoorlijk goed met elkaar vinden. Hulp waar nodig, begrip voor elkaars probleempjes of wensen. Het vormde de basis voor een fijne reis.

Een lange vlucht is het, maar over de service van Qatar Airways kan ik alleen maar tevreden zijn.

Aankomst in Jakarta was al tegen de avond, na het inchecken was het al donker. Derhalve niet veel meer van de stad gezien dan Café Batavia (alwaar heerlijk gegeten) en het omliggende plein. De volgende ochtend vroeg op pad, al om half 9 stonden we voor de poort van de Botanische Tuin van Bogor (het vroegere Buitenzorg). De grootste botanische tuin van het zuidelijk halfrond (onze reis speelde zich nét onder de evenaar af) bevat uiteraard een schitterend scala aan in- en uitheemse planten en bomen, goed voor een uitgebreide wandeling en bezichtiging. Extraatjes waren voor mij de reuze waterlelies en het medicinale deel van de tuin, alwaar ook het “path of reflection” was gevestigd: even de voetzolen pijn doen met een blotevoetenpad, waardoor alles prikkelde en tintelde.


De rest van de dag is helaas volledig opgegaan aan files. De westkant van Java zit volledig verstopt, elke centimeter van de snelweg is ingenomen door auto’s en brommers. Jammer, maar de volgende dagen zouden dit allemaal doen vergeten.

Van Bandung alleen maar donkere nacht gezien, geen idee of het een mooie stad is. Vroeg uit de veren weer, de bus bracht ons naar Kampung Naga. Een dorp waar gekozen is voor authenticiteit: men leeft en werkt er nog op de wijze zoals het in de voorafgaande eeuwen is gedaan. Noem het een reservaat – het staat op de Unesco Werelderfgoedlijst -, bedenk dat de bewoners vast buiten het dorp hun huisje en hun iphone hebben, maar besef hoezeer het platteland afhankelijk is geweest van landbouw, veeteelt en visserij om simpelweg te overleven (met net iets meer dan niets). Fraaie beelden, de moeite van het bezoeken waard. 





Hup, weer in de bus. Verder naar Pandangaran, gelegen aan de zuidkust , aan de Indische Oceaan. Het plaatsje leek geheel uitgestorven, waarschijnlijk omdat we er in de laatste week van de Ramadan arriveerden. Het ene deel van de groep koos voor een fietstaxi-excursie langs oude ambachtslieden, wij kozen voor een wandeling. Groepje van zes, twee gidsen erbij en gaan. Grotten (zowel ceremoniële grotten als nachtdieren-grotten), een schitterende wandeling door het woud van het aangrenzende natuurpark en uiteindelijk aanbelanden op een perfect gelegen Bounty-strand. Met het bootje terug naar het hotel, heerlijke lunch op het dakterras en verder voor de volgende boottocht: om het schiereiland heen, stukkie zwemmen en weer terug met de spetterboot. 








Volgende dag na een korte onderbreking – buspech- bereikten we Kalipucang alwaar we inscheepten voor een vaartocht over de rivier. Veel vissers en vriendelijk zwaaiende dorpelingen op de oever, weinig vogels maar wel een mooi stukje mangrove. Tocht had korter gemogen, maar we kwamen dan toch in Cilacap. Vandaar met een vervangende bus door naar Jogyakarta.

Een reisvrij dagje wachtte ons, hetgeen wij gebruikt hebben voor een bezoek aan het Kraton (het paleis van de sultansdynastie) , een batikwijkje, de omtrekken van het Waterpaleis en een ferme wandeling door de stad. Fotogenieke stad, vol met fijne en behulpzame mensen (die je overigens allemaal een ander verhaal op de mouw spelden om je maar over te halen hun eigen nerinkjes te bezoeken).

Daags daarop gingen we naar wat voor mij een van de hoogtepunten zou worden: de Borobudur-tempel. Stammend uit de 8e eeuw , ooit totaal overwoekerd geweest door de jungle , opnieuw uitgegraven en hersteld en nu majestueus boven alles uittorenend. Negen verdiepingen hoog, alles erop gericht om voor de boeddhist uiteindelijk totale onthechting en daarmee het Nirvana te bereiken. Van een adembenemende schoonheid, indrukwekkende architectuur en een paradijs voor de amateurfotograaf.






De reis vervolgde met een tweede tempelcomplex, die van Prambanan. Ook heel mooi (volgens sommigen mooier dan de Borobudur), bij vlagen zwaar gehavend door aardbevingen van een decennium geleden. Deze tempels kon je ook daadwerkelijk in, waar het verschil ook duidelijk werd: niet Boeddha werd hier vereerd maar de drie-eenheid Shiva, Brahma en Krishna, die op hun beurt weer werden vergezeld door olifantheilige Ganesha. Erg mooi, maar voor mij niet verder reikend dan de nummer 2 op de tempel-hitlijst.

Om zeven uur de volgende ochtend op weg naar het station: er wachtte ons een lange treinreis naar Malang. Prima coupé, goed gezelschap (we vierden nog even een verjaardag van medereiziger Hans) en fraaie uitzichten op rijstakkers, bergen en dorpen. Lang, maar een ervaren treinreiziger als ik vind het geen vervelende reis.

Het begon te kriebelen want het hoofddoel van de reis zat er aan te komen. Althans: het deel waar ik het meest naar uit had gekeken. Van Malang reisden we in de richting van de Bromo, een vriendelijk uitziende maar bij vlagen best nog gevaarlijke vulkaan. Deur in huis: ik heb mijn vulkanische hart volledig opgehaald aan de schoonheid van deze prachtig gelegen, boven een woestijnzandvlakte uitstijgende vulkaan. Via de uitlopers naar boven gelopen, kregen we ook nog eens een open blik op het rokende en kolkende kerndeel. Blaffende honden bijten niet, acuut gevaar is er derhalve niet maar gun jezelf de kans je fantasie even te laten werken. Wat een macht, wat een kracht. 

De volgende morgen (nou ja, nacht) om 3 uur op om de zonsopgang boven het vulkaandal te aanschouwen. We waren *kuch* niet de enige, maar werden uiteindelijk beloond met een schitterend zacht ochtendlicht over de Bromo, die ik sinds enkele dagen mijn vriend durfde te noemen. Schitterend, schitterend. Voor mij met stip op 1 , over de volledige reis gemeten.

Vandaar afgedaald naar de oostpunt van Java, alwaar we de veerpont pakten naar Bali. Duurde effe, het tochtje van 20 minuten liep uit tot anderhalf uur dobberen op de zeestraat voordat we mochten binnenvaren. Vandaar de bus naar het tweede langdurige rustpunt van de reis: Lovina Beach.

Onwijs goed hotel troffen we, het Aditya is van alle gemakken voorzien. Eersteklas zonsondergang kregen we erbij cadeau. 



De volgende dag was rustdag, Anneke en ik gebruikten het voor een wandeling waarbij we – as ever – van de geijkte paden afweken. Daardoor kwamen we langs schitterende rijstvelden, boerderijtjes, een minidorp om uiteindelijk bij een heuse hindoe-ceremonie te belanden. Schuchter keken we het boerenplaatsje op, maar we werden gewenkt en moesten gaan zitten. We kregen water en cake, we waren te gast. Indrukwekkend schouwspel van rituelen en gebeden, dit kindje zal het goed gaan krijgen in zijn leven.


De volgende ochtend vroeg op voor een zonsopkomst op het water. We werden daarbij vergezeld door honderden bootjes, die net als wij richting de dolfijnenschool gingen, Romantisch, fraai maar ook wel aardig toeristisch. Bij terugkomst stapte ik op de volgende boot, om als watcher en fotograaf een deel van onze reisgroep te begeleiden die het aandurfde om te gaan zeeduiken. We werden naar een nabijgelegen onbewoond eiland gevaren , aldaar heeft men twee langdurige duikvluchten kunnen maken.

Daags erop gingen we via een stop bij de GitGit-watervallen en een bezoek aan een hypercommerciële tempel (Ulun Danu Bratan geheten, maar wij noemden het IndoDisney) op weg naar onze laatste stop: Ubud.

Zo aan het einde van onze reis viel duidelijk te zien dat Bali beter is ingesteld op toerisme dan Java. En dat van Bali dan Ubud weer als beste anticipeert op grote groepen reizigers: toerisme is key in deze vriendelijke stad. Wij deden een wandeling voor de net buiten de stad gelegen rijstvelden, een stukje levada-wandeling zelfs , we bezochten een museum en we boekten een fietstrip.

Waar de groep nog eenmaal met de bus langs een tweetal tempels reed, kozen wij voor de buitenlucht en het platteland. We werden afgezet aan de flanken van de Batur (een van de twee vulkanen in de regio, de ander is de wat bozer ingesteld Agung) , peddelden vervolgens bergafwaarts langs zo goed als prehistorische dorpjes, langs rijstvelden en – opnieuw hadden we mazzel – langs een massale hindoe-ceremonie in de bergen. Honderden hindoes vierden het feest van het water. Wij mochten kijken, ze zijn trots op hun gebruiken en rituelen.






Alles overziend hebben we een schitterende reis gehad. Enorm veel te zien en te doen, overal vriendelijke mensen (zowel op het islamitische Java als op het hindoeïstische Bali), fijne mensen in de groep. De indrukken staan op mijn netvlies, de meer dan 2000 foto’s die we maakten vormen een blijvende herinnering. Mijn vrouw is om, ze wil meer Azië zien nu. En daar maak ik natuurlijk geen bezwaar tegen.



Bert Laan

Hoorn, 24 juni 2018.