zondag 22 april 2018

Tim is slim



Niks mis met het instinct van vakantievriendje Tim. Hij voelt feilloos aan wat hij moet doen om zijn shows levendig te houden, om ervoor te zorgen dat er geen gewenning en verzadiging optreedt bij zijn publiek. Meerdere malen kondigde hij de afgelopen weken aan dat zijn Hoornse concert weliswaar in de schouwburg was, maar dat het geen theatertour betreft. Er ging gerockt worden, dat we dat maar beseften. Gisteren vroeg hij het nog maar een keer ten overvloede: er was toch echt niemand in de zaal die verwacht had op een stoel te gaan zitten luisteren? Nee? Mooi! Dan gaan we!.
De gitaren werden omgegord en men trok op een welhaast CrazyHorsiaanse wijze van leer. Een stevige muur van geluid trok de band over de liedjes heen. Dat was verfrissend. Het keeltje is nog steeds van goud, de teksten zijn nog steeds van alledaagse dingen, maar de uitstraling is die van een ervaren band die weet hoe het publiek behandeld moet worden. Er was overtuiging, er was vakmanschap, er was melodie en gelukkig was er ook humor.


Ben gestopt met tellen hoe vaak ik Tim al heb zien optreden (al dan niet met band) maar opnieuw heb ik me geen moment verveeld. Stuk voor stuk evolueren de muzikanten met elkaar mee: drummer Kees is strak als altijd maar zijn bijdrage als tweede stem is van een groeiend belang. Melle is niet alleen meer aanvullend muzikant, hij krijgt ook de ruimte om in het spotlicht te komen met mooie klanktapijtjes. Het is moeilijk om in ons land betere gitaristen te vinden dan Anne, net zoals het lastig is om nuttiger muzikanten te vinden dan Erik. De band is in balans, en dat is fijn om te zien.
Uiteraard is er nog tijd voor kampvuurmomentjes. Gisteren deed Tim dat met een een onversterkt bluegrassliedje en een prachtig uitgevoerde "Song for grandma". Om dat vervolgens te overschrijven met een furieus "Skinflint" en een lekker golvende uitvoering van "Sam".
Tim Knol, ik heb er wel een band mee.

zondag 15 april 2018

De schaal van Johan


Hoe belangrijk zijn de wereldproblemen eigenlijk, als je ze afzet tegen de schaal van Johan? 
Bommen boeien niet, zwaarmoedigheid zal wel, ruzies raken niet: er is muziek. Muziek die alles zegt. Iemand een idee?

Tot een maand geleden kon ik zeggen dat ik de laatste 2 concerten van de meest intrigerende band van Nederland had gezien. Ik was bij het wiegje , maar ook bij het uitgeblazen kaarsje van een concertreeks van een groep die de muzikale canon van ons land voorgoed zou veranderen.
De dramatische avond in Paradiso in 2009, die prachtig was maar ook tot tranen dwong: het was gedaan. Nooit meer die songs.
Nou ja, nooit meer: eind 2015 waren ze er plots weer, eenmalig. Ik mocht presenteren op de afscheidsavond van onze favoriete kroegbaas. En we hadden -ter verhoging van de feestvreugde - geregeld dat diens favoriete bands op het podium van zijn eigen kroeg stonden. Voor één keer kwam Johan weer bijeen: de vaderlandse pers onthutst en verrast door onze guerilla-actie. Zou het dan toch? Maar nee, het bleek een eenmalige opleving.

Little Mary Big , heel leuk en gevariëerd. Visions of Johanna, dat werd al meer de gitaarband die Johan zou worden. Een band met liedjes die inmiddels in mijn bloedbaan zitten, ik kan ze dromen. En gisteren, toen kon ik ze opeens weer meezingen. Plots was er in januari dit jaar het bericht  dat Jacob in april weer met een plaat ging komen en er gelijk weer een tour aan vast zou plakken. De plaat verscheen vrijdag, gisteren deden ze in mijn eigen woonstede hun derde optreden met het nieuwe materiaal. Het materiaal is rijk, het is persoonlijk en het is gevarieerd. Meneer de Greeuw blijft zorgdragen voor de bekende ruimtelijke teksten en het herkenbare slaggitaartje, maar de muzikanten om hem heen lijken belangrijker te zijn geworden. Bas en drums mokeren in songs als "Anyone got a clue" , maar vooral de meanderende inbreng van gitarist Robin Berlijn maakt het materiaal breder dan het ooit was. Avontuur zit erin, en dat is live een overweldigende ervaring. Ik ben zelf natuurlijk ontzettend bevooroordeeld, maar ik vond de band gedreven en eager. Ze zouden ons wel eens wat laten zien. Paar schoonheidsfoutjes en de stem moet nog wat losgezongen worden, maar alles wijst op een zegetocht. Johan heerst.

De plaat gekocht, ondanks dat ik de cd-versie al opgestuurd had gekregen. Tickets voor Paradiso hadden we al, daar heb ik zojuist tickets voor het Patronaat aan toegevoegd. Ze jagen me op kosten, maar wat geeft dat , als ik me zo kan verliezen in deze pracht? Let go, if you wanna feel better. 





zaterdag 31 maart 2018

Last night a dj saved his life




Gisteren draaide ik misschien wel de beste dans-set uit mijn decennia-overbruggende plaatjesdraai"carrière". Twee laptops had ik mee maar wegens het ontbreken van internet kon ik alleen gebruik maken van een harde schijf vol met muziekhistorie. Dat bleek achteraf niets uit te maken, want ik kreeg het publiek uitzinnig. Een heerlijk gevoel nog altijd, als alles in je uitzicht in beweging is. 
Mijn vrouw en kinderen kennen me goed genoeg om te weten dat ik dat niet vanzelfsprekend vind. Nog altijd ben ik vooraf enigszins gespannen, wat stilletjes en vol twijfel of ik de aanwezige partijen wel tevreden kan stellen. Je probeert  "voor elk wat wils" maar je weet dat je uiteindelijk wat mensen moet teleurstellen. Zo heb ik gisteren tot twee keer toe de roep om Herman Brood genegeerd omdat het echt niet paste in de golvende flow die ik over de mensen had weten uit te rollen. Niets ten nadele van de rockliedjes, maar op een dansavond komt het niet altijd van pas. Variërend in leeftijdscategorie van 18 tot tegen de 60 kwam het publiek op van alles in beweging: disco, electro, ska, top 40 , wereld en dance. Het kwam allemaal voorbij. En het werkte. Binnen het uur valt er dan een last van me af en raak ik alleen maar enthousiaster. "Hier past déze!". En als ie aanslaat "dan moet deze er achteraan!". 

Vanmorgen bij het ontwaken bekroop mij een nostalgische glimlach. Uiteraard over hoe leuk ik het gisteren had gehad, maar ook hoe ik het pad heb afgelegd: vroeger, als tiener in de Loods in Wervershoof, nam ik al af en toe het plekje in van de dj als ie weg moest, ik draaide op feestjes en in kroegen achter de bar. Begonnen met singletjes, later onnoemelijk veel koffertjes met nog onnoemelijker hoevelheden cd's. Ik draaide met vele dj-maatjes op bruiloften en partijen, ik draaide op varende boten, op wijkfestivals. Ik draaide in wijkcentra, in garages en bedrijfsruimten en ik draaide op chique locaties. Bandjes begeleidde ik als muzikale omlijsting (van Wende tot the Troggs, van Claw Boys Claw tot the Posies), ik deed festivals en tributes (Joy Division, Smiths etc) en stond op de stadsfeesten. Resident dj geweest op terugkerende avonden als "The Reflex DDC" en "Fridays Fabulous", in divrerse zalen in de stad.
 Het laatste jaar ben ik begonnen met afbouwen: ik wil niet meer vier avonden in de maand met mijn muziek op pad, ik zeg steeds spaarzamer JA op aanvragen. Maar áls ik het dan doe, dan vind ik het leuk. En leer ik gaandeweg de avond te genieten. 
Met de zaaleigenaar van gisteren afgesproken dat ik gauw een keer terugkom, als het weer ernaar is voor de gasten om ook buiten te kunnen zitten. Volgende maand doe ik dan weer een keer een tribute en later in het jaar heb ik een bruiloft op de planning staan. Ik zal het voorlopig niet helemaal afleren, maar doseren is code nu. Last night a dj saved his life.





vrijdag 30 maart 2018

Domewave : een avondje met Editors


Meneer en mevrouw gingen er een keer op uit. Bandje spookt al jaren door ons hoofd en huishouden heen, het werd tijd dat we ze een keer gingen zien. Zeker na de opzwepende beelden van Lowlands afgelopen jaar, we waren overtuigd. En dan moet je er aan geloven: vrouwlief had tickets gekocht, servicekosten incluis. Maar we gingen! 
Bij ons mondt dat altijd uit in een traditionele voorbereiding , gevolgd door een enthousiaste beleving. We begonnen ons avondje dus met een fijne Code Blond in Brouwerij de Prael , daarna de vaste concertmaaltijd bij een Wok to Walk-locatie in de stad. Pittig, dorstopwekkend. Zoiets. Op naar de Bijlmer. 
Vooraf moet ik zeggen dat we wél geregeld de Bijlmer Bierhal (aka Heineken Music Hall en nu Afas live) hadden bezocht - van Pixies tot Kaiser Chiefs, van Beck tot the National- bezochten, maar nog nooit de Ziggo Dome. En we weten nu waarom. 
Immens, onpersoonlijk en duur. Letterlijk zei mijn vrouw: "jeetje, wat mis ik Paradiso!". De zaal was met zo'n 17000 bezoekers uitverkocht en daardoor tamelijk druk. Tribunes, een foodstraat, munten overal, een volle vloer: het werkte allemaal niet in het voordeel van de beleving zoals wij graag een popconcert zien. 

Aan de band lag het niet: gedreven en oprecht, muzikaal zeer in ons straatje. Overall heb ik dan ook een positief gevoel over de avond, maar ik weet wel dat ik me weer af ga keren van de mega-concerten. Melkweg en Paradiso (maar ook zoiets als het Patronaat) zijn zalen waarbij het gevoel al de helft van het concert is. Alert blijven op de agenda dus. 
Tom Smith gaf alles, het moet gezegd. De band zat goed in het nieuwe materiaal, het nieuwe "Cold" vond ik een van de sterkste nummers van de avond. Oudere favorieten als "Munich" , "Eat raw meat = blood drool" en vooral "Racing rats" kwamen uitstekend over. Blij dit allemaal een keer meegemaakt te hebben, ik kan mezelf alleen maar voor de kop slaan dat ik er niet achteraan gegaan ben voordat ze stadionact werden. 

Andere lichtpuntjes van de avond : het tamelijk aparte voorprogramma "Public Service Broadcasting" en het tot twee keer toe ontmoeten van mijn broer. In die menigte trof ik hem tweemaal toevallig aan, en dat is altijd goed en gezellig.
Vrouwlief kocht nog een t-shirt, Begtje gaat later wel achter het vinyl aan want dat had ik in het kluisje moeten vouwen , a raison de 2 euro per keer. 

Een van mijn goede voornemens dit jaar was "meer concerten". Ik zit in een goede flow deze weken: na Editors ga ik komend weekend uiteraard Eipop meepakken, volgende week Colin Blunstone, de week daarop de eerste van 2 keer Johan. Niks te klagen dus, eigenlijk. 



zondag 11 maart 2018

Uitwonen


Wat mij betreft, is wonen het belangrijkste thema van de komende gemeenteraadsverkiezingen. Er is krapte. er is nood. Terwijl de oudere generatie het allemaal behoorlijk getroffen heeft met de opwaardering van de huizenprijzen, is het voor de jongere generatie welhaast ondoenlijk om de woningmarkt te betreden. Nee wacht, dat laatste zeg ik anders, omdat juist het woord "woningmarkt" aangeeft hoe verkeerd we zijn gaan interpreteren de afgelopen decennia. Beter zeg ik dat het voor jongeren welhaast ondoenlijk wordt om geschikte en betaalbare woonruimte te vinden. 
Het kon niet uitblijven: stapel alle stappen maar eens op die onze liberale en paarse regeringen de afgelopen jaren hebben gerealiseerd.
1) Een jarenlange constante verhoging van de huurprijzen met 5,5 % per jaar
2) Een jarenlange loonstop binnen cao's (en daarmee ook voor de niet-cao gebonden bedrijven)
3) Het korten op uitkeringen en voorzieningen
4) Het eenzijdig bouwen van woningen in midden en hoger segment
5) Het verbieden van het kraken van woningen
6) Het verkopen van voormalige huurwoningen
7) Het onthouden van arbeidszekerheid door het opleggen van flexcontracten

Voor elk van deze regels is destijds individueel wat te zeggen geweest maar nu blijkt dat ze allemaal met elkaar te maken hebben. Starters op de woningmarkt hebben een enorme achterstand, die kunnen zich er amper tussen vechten.
Zelf ben ik nu 56, huizenbezitter en man in bonis. Op mijn 18e wilde ik zelfstandig, ik kreeg de kans. Eerst een studentenwoninkje in Amstelveen, daarna twee onmogelijke k-kamertjes aan weerszijden van een trap in een Koepoortsweg-woning die door de makelaar/eigenaar zesvoudig verhuurd werd. Vervolgens kwam ik via de kruiwagen van mijn broer aan een zelfstandige woning op het Grote Oost, goed betaalbaar voor iemand met een vast inkomen. Voor mij dus. De eigenaar heeft zich 4 jaar lang niet laten zien, in ruil daarvoor kon hij het ook niet maken om huurverhoging toe te passen. Daarna mijn eerste koopwoninkje (Muntstraat); toen die relatie verbroken werd en ik weer financieel op nul begon, kreeg ik keurig via de gemeente een noodwoninkje op de Waterman. Ik kon mezelf weer herpakken en een jaar of zes later kocht ik opnieuw een huis. Precies dat huis waar ik nu nog steeds zit. Feitelijk is het in al die jaren genoeg geweest dat ik aan het werk ben gebleven, daardoor kon ik steeds huur of hypotheek betalen.
De verhouding was destijds grofweg 1/3 - 2/3 : Een derde van je inkomen besteedde je aan wonen. Das war einmal: door de bovengenoemde reeks maatregelen is die verhouding nu half/half geworden en bij sommigen zelfs nog schever.
Mijn dochters hebben  - elk op hun eigen manier - een eigen plekje gevonden, lang gewacht vaak maar het begint ergens op te lijken. Veel van hun generatiegenoten kunnen echter dat pad nog lang niet op. Er is krapte, er is werkonzekerheid, er zijn woekerprijzen op de particuliere huurmarkt, er is te weinig aanbod op de lijsten van de woningbouwverenigingen.
Te veel misstanden op dit gebied. Graag zou ik zien dat lokale en landelijke overheid doorbraken voor elkaar krijgen op dit gebied: we moeten het weer mogelijk kunnen maken dat jongeren iets zorgelozer hun volwassen leven kunnen aanvangen en opstarten. Dat zijn we aan onze (wel)stand verplicht. 


vrijdag 2 maart 2018

Stedentrip Wenen 22 feb - 26 feb 2018


Wat hadden wij een schitterende trip. Wenen is een kunstzinnige stad: 1,3 miljoen ietwat keurige doch zeer vriendelijke mensen bevolken een van oudsher belangrijke plaats. Niet alleen in de kunstgeschiedenis, ook in staatkundige zin is Wenen bepalend geweest voor het immense Habsburgse rijk. Dat zie je terug aan de ontelbare barokke gebouwen: de ornamenten vliegen je om de oren bij de theaters, de operagebouwen, de voormalige paleizen en eigenlijk in de complete historische binnenstad. Wat de stad fantastisch doet, is een artistieke sfeer creëren. Ben je van de muziek, dan zijn er de talloze concertzalen en operagebouwen. Ben je van de architectuur, dan hoef je alleen de zinnen hierboven maar te lezen. Ben je van de kunst en cultuur, dan kun je je laven aan de honderden musea in de stad: ons eigen Museumplein is nog maar een beginneling als je het vergelijkt met het MuseumsQuartier van de Oostenrijkse hoofdstad. Niet voor niets hebben we daar veel tijd doorgebracht: als het dan toch te koud is om door de stad te slenteren, kun je net zo goed in een museum opwarmen.
TIP: als je naar Wenen gaat, overweeg dan de aanschaf van de Vienna Pas. Voor meerdere dagen kun je vrije toegang kopen voor alle musea en paleizen, wij haalden de kaart er makkelijk uit. 

Direct de eerste avond al schoven we aan in een bijzonder restaurant, Schopik & Lohn, om onszelf daar meteen maar de grote lokale specialiteit toe te eigenen: het verorberen van een bord met twee mega Wiener Schitzels. 
Ik kreeg ze niet compleet weg, dat zegt wellicht iets. 

Vrijdag was de eerste volledige dag en die werd gelijk benut met een bezoek aan twee identieke museumgebouwen: eerst rechts de klassieke (schilder)kunst in de zalen van het Kunsthistorisches museum en na de lunch (op de Naschmarkt) de gigantische verzameling van het Naturhistorisches Museum. 
Wat een enorme weelde om daar doorheen te mogen lopen: Caravaggio, Titiaan, Rembrandt, Rubens, Breughel. 
Het trappenhuis was rijk gedecoreerd door Gustav Klimt, je keek je ogen uit. 

Aan de overkant bevindt zich een megacollectie natuurgeschiedenis: mineralen, fossielen, skeletten, opgezette dieren, sarcofagen. Uitermate interessant voor schoolklassen, maar zelf heb ik er ook prima mijn hart op kunnen halen. 


Zaterdag togen we met zijn allen naar het Schönbrunn-paleis: pracht en praal van het Habsburgse rijk.

Eerste reactie van velen is het roepen van "Sissi!!" en dat is terecht. Uitermate goed geconserveerd is de verzameling die de familie van het romantische keizermeisje had vergaard. Trendsettend waren zij in de inrichting van de kamers: duidelijk is te zien hoe de SaxenCoburgs en de Oranje-Nassau's geprobeerd hebben om de statuur van de Habsburgers te imiteren. Aan de manier waarop ik dit opschrijf, leest u vast al hoe goed ik dat gelukt vind. De ene stijlkamer na de andere , de ene nog beter gedecoreerd dan de andere. Fraai om te zien. Voor een keer.

Het Schönbrunn-complex is dermate groot , dat in de paleistuinen een complete dierentuin en een complete botanische tuin is versteckt. En dan nog is er voldoende ruimte over om luxueus in de parktuinen te wandelen (als het een keer niet zo koud is). 



Zondag was het tijd voor het schitterende Belvedere-museum: onwijs mooi gebouw met een minstens zo onwijs mooie collectie: iedereen wordt in de richting van Gustav Klimt's 'De Kus" geleid (en terecht ook, hoe prachtig is dat werk) , maar in de andere zalen was het ook smullen met Van Gogh, Manet, Vermeer maar vooral Kokoschka en - persoonlijk favoriet- Egon Schiele. 

Vooral die laatste smaakte naar meer. Na een tussenstop in het moderne-kunstmuseum MUMOK (veel grafisch werk, veel installaties) trokken we snel door naar het Leopold Museum, twee panden verderop. Daarin een heel fijne etage 20e eeuw-kunst en een zeer uitgebreide overzichtstentoonstelling van genoemde Egon Schiele: een gekwelde kunstenaar die op zeer jonge leeftijd overleed maar desondanks een enorm oeuvre achterliet. 

Op de laatste ochtend, een paar uur voor vertrek, bezochten we tenslotte nog het Hundertwasserhaus. Schitterend qua gebouw, prachtig qua denkwijze en instelling. Denk Gaudi, maar dan meer hippie. De man heeft een complete volkwijk beïnvloed, loop er eens doorheen.



U leest het: qua cultuur kun je je hart ophalen in Wenen en dat is precies het gevoel dat ik er aan heb overgehouden. Ik moet zeker nog een keer terug, onder zomerse sferen om ook een stukje van het Weense buitenleven mee te krijgen. 
Overigens: lokale specialiteiten als Sachertorte, Apfelstrudel en Oostenrijkse wijn zijn ook niet onopgemerkt aan ons voorbij gegaan. Ons kleine groepje (zes volwassenen en een baby) is niets, maar dan ook niets tekort gekomen in deze weelderige stad. 



zaterdag 10 februari 2018

Rem Bert Laan


Dat jaar was ik niet eens mee. Bij eerdere edities had ik al een stoot aan avonturen beleefd, het Torhout-festival kende weinig geheimen meer voor mij. 
Wegens een anatomische ingreep die week liep ik wat moeilijk en het leek me niet handig om uitgerekend op de festivalweide weer te leren lopen. In gedachten was ik erbij, ik besloot zelfs om de hele groep op zondagmiddag op te wachten bij terugkomst in Hoorn.

Ik strompelde naar Swaf en wachtte in de kroeg tot de bus terugkeerde. Blije gezichten alom, vermoeid doch allen zeer uitgelaten. Twee van mijn maten - ik mag om redenen van verjaring hun namen niet noemen- stapten op me af. Pakketje in de hand. 
Plechtig overhandigden ze het aan mij: "Hier. Cadeautje. Zo was je er toch nog een beetje bij.'" 

Ik pakte uit, het voelde zwaar. Dat bleek. Ik had een straatnaambordje in handen, door de heren uit positie gerukt van de straat van het Torhoutse ziekenhuis. Juist: de St. Rembertlaan. Dat vonden ze grappig: normaal was die gozer niet te stoppen, maar "Rem Bert Laan" kreeg je alleen met een medische ingreep wel voor elkaar. Dus...

Voor de detailcopulisten onder ons: de ene vriend kwam bij het uitpakken tot de ontdekking dat er één letter van de straatnaam ontbrak. Waarbij de ander plots heel plagerig de B uit zijn binnenzak viste. U ziet het: de B staat nog altijd een beetje scheef.

Ik schreef een stuk voor een boek dat gemaakt wordt over het roemruchte Torhout-festival. De schrijver daarvan contactte me afgelopen week: hij had de toenmalige burgemeester van de stad gesproken en het daarbij ook gehad over wat er soms wel eens in de stad "misging" tijdens het festival. Dat verdwenen straatnaambordje, ja, dat kwam ook ter sprake. Ik zie erg uit naar de komst van het boek.